Vanuit ideële drijfveren begon ik zes jaar geleden aan Publyon SOM, in de veronderstelling dat omgevingsmanagement vooral draaide om het creëren van draagvlak. Inmiddels weet ik: draagvlak creëer je niet. Belangen botsen, ruimte is schaars en besluiten hebben directe gevolgen voor de leefomgeving. Dat zien we terug in vrijwel iedere sector: de energietransitie, woningbouw, verduurzaming van industrie, landbouw en asielopvang. Dat vraagt ook iets anders van het vak omgevingsmanagement. Ik zie vijf ontwikkelingen in het vakgebied.
- Van draagvlak naar daadkracht
Draagvlak was jarenlang een belangrijk doel van omgevingsmanagement. Participatie was daarbij vaak de heilige graal. Maar volledige acceptatie is bij complexe maatschappelijke opgaven simpelweg niet realistisch.
De vraag verschuift daarom van “hoe krijgen we iedereen mee?” naar: “hoe komen we, ondanks verschillende belangen en weerstand, tot een zorgvuldige belangenafweging en een uitvoerbaar besluit?”.
Weerstand is daarbij niet alleen iets wat moet worden weggenomen. Het kan inzicht geven in wat er maatschappelijk schuurt, welke belangen onvoldoende zijn meegewogen of waar een plan beter kan.
We hoeven dus niet te kiezen tussen draagvlak en daadkracht. De balans verandert wel. De omgevingsmanager moet kunnen schakelen tussen luisteren en begrenzen, tussen verbinden en confronteren, tussen consensus zoeken en besluiten mogelijk maken.
- Van polderen naar politieke sensitiviteit
Nederland heeft van oudsher een sterke traditie van overleg en consensus. Polderen zit diep in onze bestuurlijke cultuur. Maar die vanzelfsprekendheid staat onder druk. Waar het gesprek lange tijd gericht was op het vinden van gemeenschappelijkheid, wordt het maatschappelijke debat steeds vaker te worden gekenmerkt door tegenstellingen. De kloof tussen groepen is groter geworden en polarisatie verdeelt de samenleving.
Maatschappelijke opgaven worden daarmee steeds politieker. Dat vraagt van de omgevingsmanager meer dan inzicht in belangen. Ook vragen als wie bepaalt uiteindelijk, wie heeft invloed en welke ontwikkelingen kunnen een besluit ineens in een ander daglicht zetten, worden belangrijker.
Omgevingsmanagement is daarmee onvermijdelijk politiek geworden. Niet partijpolitiek, maar het begrijpen van de wisselwerking tussen belangen, publieke opinie, macht en besluitvorming. Juist wanneer het vanzelfsprekende midden kleiner wordt, wordt het vermogen om verschillende perspectieven met elkaar te verbinden belangrijker.
- Van conflict vermijden naar conflict organiseren
Lange tijd was het doel om weerstand en conflict zo vroeg mogelijk weg te nemen. Maar bij complexe projecten is conflict vaak onvermijdelijk. En misschien is dat maar goed ook.
Een goed georganiseerd conflict kan leiden tot betere besluiten. De omgevingsmanager hoeft het conflict dus niet altijd op te lossen, maar moet zorgen dat verschillende perspectieven een plek krijgen in besluitvorming en gesprekken niet blijven hangen in standpunten.
- Van projectomgeving naar permanente relatie
De omgeving is geen tijdelijke factor rond een project. Veel projecten en programma’s duren tien, twintig of soms dertig jaar. Bestuurders wisselen, bewonersinitiatieven ontstaan en maatschappelijke opvattingen veranderen.
Toch richten organisaties zich vaak vooral op de omgeving wanneer een vergunning wordt aangevraagd of de schop de grond in gaat. Terwijl juist continuïteit belangrijk is.
Omgevingsmanagement wordt steeds meer relatiebeheer op de lange termijn. Ook wanneer er geen directe boodschap te brengen is. Want juist wanneer het tegenzit, blijkt de kwaliteit van de relatie.
Vertrouwen bouw je immers niet op tijdens één participatieavond. Het ontstaat door jaren heen, door voorspelbaar, transparant en geloofwaardig te handelen.
- Van ‘soft’ naar strategisch
Omgevingsmanagement wordt steeds minder gezien als de ‘zachte kant’ van een technisch project. Of een project maatschappelijk uitvoerbaar is, heeft direct invloed op planning, vergunningen, reputatie, politiek-bestuurlijke ruimte en uiteindelijk de businesscase.
Daarmee schuift omgevingsmanagement op naar de kern van de besluitvorming. Niet pas aan het einde de vraag: “Hoe krijgen we de omgeving mee?”. Maar veel eerder: “Wat betekent de omgeving voor de haalbaarheid van onze strategie?”
Welke ontwikkelingen in het vakgebied zie jij?

