De energietransitie vraagt om ruimte. En juist die ruimte is in Nederland schaars. Nieuwe energieprojecten landen zelden op plekken zonder geschiedenis of bestaande functies. Dat maakt het werk van de omgevingsmanager complex: hoe organiseer je draagvlak in een omgeving waar al veel speelt?
Windpark Pottendijk in Emmen is daar een goed voorbeeld van. Een project waarin duurzame energieopwekking samenkomt met een omgeving die al intensief gebruikt wordt, onder andere als geluidssportcentrum met kartbanen en schietbanen. Juist die combinatie maakte het organiseren van draagvlak geen vanzelfsprekendheid.
De rol van een omgevingsmanager: van bouwen naar afspraken voor de lange termijn
Onze rol lag in het omgevingsmanagement en de communicatie tijdens de bouwfase van het windpark. Maar al snel werd duidelijk dat het niet alleen ging om de bouw zelf. Minstens zo belangrijk was wat er daarna zou gebeuren.
Een belangrijk onderdeel van onze inzet was het tot stand brengen van een omgevingsovereenkomst met de gemeente en omwonenden. Daarin werden afspraken vastgelegd over de operationele fase van het windpark. Denk aan hoe wordt omgegaan met hinder, monitoring en compensatie. Onderdeel daarvan was ook de inrichting van een omgevingsfonds.
Als omgevingsmanager bevonden we ons daarmee op het snijvlak van uitvoering en toekomst. Niet alleen zorgen dat de bouw goed verliep, maar ook dat er structureel draagvlak bleef bestaan voor de jaren daarna.
Wat dit project ons leerde
1. Kijk naar de omgeving als geheel
In Pottendijk draaide veel om het voorkomen van geluidsoverlast. Logisch, want de windmolens kwamen in een gebied waar geluid al een belangrijke rol speelde. Om hier goed mee om te gaan, werd een geluidsmonitoringssysteem ingericht.
Wat er vervolgens gebeurde, was interessant. Bewoners gebruikten deze informatie niet alleen om het gesprek te voeren over de windmolens, maar ook over andere geluidsbronnen in het gebied, zoals het geluidssportcentrum en de aanleg van een nieuw viaduct.
Wat begon als een maatregel voor één project, zorgde daarmee voor een breder gesprek over de totale belasting op de leefomgeving. Als omgevingsmanager is dat een belangrijke les: draagvlak ontstaat niet per project, maar in de optelsom van alles wat er speelt.
2. Investeer in een eerlijk proces
Een ander belangrijk onderdeel was het omgevingsfonds. Er was substantieel budget beschikbaar gesteld, maar dat is slechts de eerste stap. De echte uitdaging zit in de verdeling: wat is eerlijk, en wie bepaalt dat?
Om dat proces zorgvuldig in te richten, is een onafhankelijke partij betrokken. Daarmee werd niet alleen gekeken naar de uitkomst, maar vooral naar de manier waarop die tot stand kwam. Juist die procedurele rechtvaardigheid bleek essentieel voor het draagvlak. Het laat zien dat acceptatie niet alleen gaat over wat je verdeelt, maar vooral over hoe je dat doet.
3. Blijf oog houden voor participatiemoeheid
Bij veel projecten begint participatie jaren vóór de bouwfase. Tegen de tijd dat de uitvoering start, zijn bewoners vaak al lang betrokken. Inclusief de teleurstellingen die daarbij horen, omdat niet alle wensen kunnen worden overgenomen.
Ook in Pottendijk was sprake van participatiemoeheid. De groep actieve bewoners wordt kleiner, terwijl juist zij nog steeds tijd en energie investeren. Als omgevingsmanager vraagt dat om bewust handelen. Niet alleen door hen te blijven betrekken, maar ook door waardering uit te spreken voor hun inzet. Zij zijn vaak de enigen aan tafel die daar niet zitten vanuit een professionele rol, maar vanuit betrokkenheid bij hun leefomgeving. Juist dat maakt hun bijdrage van grote waarde.
Waarom dit ertoe doet
Pottendijk laat zien dat draagvlak niet iets is wat je één keer organiseert. Het is iets wat je continu onderhoudt. Zeker in gebieden waar meerdere ontwikkelingen samenkomen en de druk op de leefomgeving al hoog is.
Voor een omgevingsmanager betekent dat verder kijken dan het eigen project. Begrijpen wat er speelt in de omgeving, investeren in eerlijke processen en oog houden voor de mensen die al lange tijd betrokken zijn.
Daar zit ook onze rol. Wij zorgen dat projecten niet los staan van hun omgeving, maar daar onderdeel van worden. Want zo organiseer je draagvlak en daarmee daadkracht in de energietransitie.
Isabelle van Rossum is directeur bij Publyon SOM en is gespecialiseerd in het creëren van politiek en maatschappelijk draagvlak voor controversiële projecten.
Meer weten? Neem contact op met Isabelle van Rossum.

