Veel kleine gemeenten staan voor een herkenbaar dilemma: er komen steeds meer taken vanuit het Rijk op hen af én de ambities voor de fysieke leefomgeving zijn hoog. Denk aan betere infrastructuur, woningbouw en de energietransitie. Tegelijkertijd blijven financiële middelen en uitvoeringscapaciteit vaak achter bij die taken en ambities.

Hoe kan die disbalans tussen medebewindsvoering, ambitie en uitvoering weer in balans komen? Juist hier kan public affairs van waarde zijn. En dat hoeft niet meteen groots, complex of kostbaar te zijn. Ook bij kleinere onderdelen van een project kan public affairs al gericht worden ingezet. Bijvoorbeeld om vroegtijdig de juiste stakeholders aan tafel te krijgen, signalen op te halen of kansen te benutten. Van kleine, praktische stappen tot grote strategische vraagstukken: public affairs kan op elk niveau ondersteunen en het verschil maken.

Wij lichten de bovenstaande disbalans hieronder verder toe in het perspectief van public affairs.

Decentraal, tenzij

Sinds 2015 zijn veel taken vanuit het Rijk gedecentraliseerd naar gemeenten, vanuit het principe ‘decentraal, tenzij’. Dit uitgangspunt, verankerd in de Gemeentewet en Grondwet, gaat ervan uit dat beleid, verantwoordelijkheden en taken zo dicht mogelijk bij de burger wordt uitgevoerd, tenzij centrale aansturing effectiever is.

In de praktijk blijkt echter dat de middelen niet altijd in verhouding staan tot de taken en verantwoordelijkheden. De Raad van State (2024) en de Raad van Bestuur (2025) signaleren dat bij veel medebewindstaken onvoldoende rekening is gehouden met de mogelijkheden om te sturen op de kosten en de financiële risico’s. Het gevolg: een disbalans tussen taken, verantwoordelijkheden en beschikbare middelen.

Het in 2025 aangekondigde ravijnjaar heeft deze disbalans verder op scherp gezet. Dit jaar duidt op de in 2026 verwachte tekorten van ca. € 2,4 miljard voor Nederlandse gemeenten door aflopende rijkssubsidies en een nieuwe financieringssystematiek. Uiteindelijk is dit ravijnjaar uitgesteld. Meer interesse in het ravijnjaar? Lees verder op de website van de  Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

Voorbeelden: het sociaal en ruimtelijk domein

Het sociaal domein is daar een duidelijk voorbeeld van. Gemeenten kregen sinds 2015 de verantwoordelijkheid voor jeugdzorg, participatie en maatschappelijke ondersteuning, met als doel maatwerk en nabijheid. Tegelijkertijd blijven knelpunten bestaan, zoals complexe toegang tot zorg en structurele financiële tekorten.

De invoering van de Omgevingswet in 2024 gooide hier een schepje bovenop. Gemeenten hebben meer verantwoordelijkheden gekregen voor de inrichting en het beheer van de fysieke leefomgeving, maar zonder dat de financiële ruimte automatisch meegroeit. Hierdoor moeten gemeenten vaker terugvallen op de financiële reserves van het Rijk en hunzelf, terwijl deze middelen ook nodig zijn voor andere opgaven.

Kort gezegd: de gemeente heeft meer taken en verantwoordelijkheden, maar te weinig of geen knaken om ze volledig waar te maken.

Vooral kleinere gemeenten onder druk

Deze disbalans raakt vooral kleinere gemeenten. Zij hebben vaak te maken met:

  • Minder schaalvoordeel;
  • Kleinere financiële reserves, bijvoorbeeld bestemd voor onderhoud en investeringen;
  • Laat ontvangst van aanvullende Rijksmiddelen (timing), wat niet aansluit op de doorlooptijd van gemeentelijke besluitvorming; en
  • Een smallere belastingbasis.

Het gevolg is dat plannen die beleidsmatig wenselijk zijn, niet altijd uitvoerbaar zijn. Of de projecten worden vertraagd, gefaseerd, versoberd of zelfs geschrapt. In combinatie met beperkte ambtelijke capaciteit leidt dit tot scherpere keuzes, en soms tot het uitblijven van noodzakelijke investeringen.

Domino-effect in de leefomgeving

Deze disbalans werkt door als een domino-effect in de fysieke leefomgeving. Uitgestelde investeringen leiden vaak tot grote problemen op de langere termijn:

  • Infrastructuur: uitgesteld onderhoud aan wegen leidt tot hogere herstelkosten later, meer verkeershinder en zelfs tot onveilige verkeerssituaties en een verslechterde leefbaarheid en brede welvaart.
  • Woningbouw: vertraging in gebiedsontwikkeling zorgt voor druk op de woningmarkt en langere wachttijden.
  • Leefbaarheid: minder investeringen in openbare ruimte leiden tot achteruitgang van voorzieningen, verslechterde sociale veiligheid en minder aantrekkelijke dorpen en steden.

De rol van public affairs

Juist in deze context wordt public affairs steeds belangrijker. Waar het eerder vooral draaide om beleidsuitvoering, gaat het nu steeds meer om het strategisch beïnvloeden van besluitvorming, geldstromen en beleidskaders. Public affairs helpt dan ook om de belangen van lokale, regionale en nationale overheden op elkaar af te stemmen en samen te brengen.

Daarnaast helpt public affairs gemeenten met:

1. Zichtbaar maken van lokale uitdagingen op provinciaal en nationaal niveau

Kleine gemeenten moeten hun financiële en uitvoeringsknelpunten zichtbaar maken in Den Haag en bij provincies. Niet als losse casussen, maar als structureel probleem dat, indien opgelost, kan bijdragen aan het behalen van de doelen in beleidsagenda’s van deze overheden. Want de leefbaarheid verbeteren in een gemeente, betekent ook het verbeteren van de leefbaarheid in de provincie.

2. Coalitievorming tussen gemeenten en provincies

Individueel hebben kleine gemeenten vaak beperkte invloed. Via regionale samenwerking of via gemeentelijke netwerken kunnen kleine gemeenten hun positie versterken en gezamenlijk lobby voeren richting provincies, ministeries en de Tweede Kamer. Want één probleem is een incident, drie dezelfde problemen is een patroon. Met bijvoorbeeld de inzet van samenwerkingsverbanden als de VNG, Interprovinciaal Overleg (IPO) en P10- en K80-gemeenten zoek je uit of je als gemeente medestanders kunt vinden voor je problemen.

3. Strategisch en slim gebruik maken van subsidies en regelingen

Beschikbare middelen zijn er vaak wel, maar ze zijn versnipperd en complex ingericht. Public affairs helpt bij het tijdig signaleren van regelingen, het beïnvloeden van voorwaarden en het zo positioneren van projecten dat zij beter aansluiten op subsidiestromen en de beleidsdoelen die bereikt moeten worden met deze subsidiestromen.

Eens sparren?

Kleine gemeenten bevinden zich dus in een spagaat: ze staan dicht bij de burger, de lokale opgaven en zien precies wat er nodig is, maar hebben niet altijd de middelen en capaciteit om de ambities te realiseren. Zonder strategische en gerichte inzet van public affairs dreigt die kloof tussen ambitie en uitvoering alleen maar groter te worden.

Public affairs hoeft daarbij geen zwaar of kostbaar traject te zijn. Ook met kleine, slimme interventies kan al veel worden bereikt.

Heeft jouw organisatie te maken met een vergelijkbare spanning tussen ruimtelijke ambities en financiële realiteit? Of wil je verkennen waar public affairs het meeste effect kan hebben? René de Heer gaat graag met jou in gesprek!

 

Meer lezen?

Gemeenten zijn voor een groot deel afhankelijk van het Gemeentefonds (ongeveer 60 – 70% van de inkomsten). Dit is het Rijksfonds waaruit gemeenten worden gesubsidieerd. De verdeling daarvan is gebaseerd op factoren zoals inwoneraantal, aantal uitkeringsgerechtigden en de oppervlakte van de gemeente. Daarnaast genereren gemeenten inkomsten via lokale belastingen en heffingen (zoals de onroerendezaakbelasting (OZB), toeristenbelasting en parkeergelden) en via specifieke uitkeringen voor bepaalde taken.

Goed om te weten: de VNG omschreef 2026 als het ‘ravijnjaar’ voor gemeenten, omdat een bezuiniging van het Gemeentefonds van € 2,4 miljard op de planning stond. 75% van de gemeenten zou dan in de rode cijfers terecht komen. In april 2025 heeft het kabinet toegezegd tot en met 2027 cumulatief € 3 miljard per saldo beschikbaar te maken voor gemeenten.

Ook goed om te weten: een andere tegenvaller was dat gemeenten te weinig kregen van het Rijk om de stijgende kosten door inflatie, vergrijzing en bevolkingsgroei op te vangen. Het probleem? Het Centraal Planbureau heeft de inflatie de afgelopen 7 jaar steeds te laag ingeschat. Het resultaat? Gemeenten ontvangen jaarlijks € 400 miljoen te weinig.