De warmtetransitie vraagt om nieuwe manieren van verwarmen. Aardwarmte wordt daarin steeds vaker gezien als een belangrijke bron: lokaal, duurzaam en geschikt om op grotere schaal toe te passen.

Tegelijkertijd is aardwarmte geen eenvoudige oplossing. Het vraagt om complexe afwegingen in de ondergrond, infrastructuur en energievoorziening van een stad. Juist die complexiteit maakt het werk van de omgevingsmanager uitdagend. Want hoe organiseer je draagvlak voor een systeem waarin techniek, beleid en uitvoering nauw met elkaar verweven zijn?

In onze projecten zien we dat die rol sterk kan verschillen, afhankelijk van de fase en de keuzes die nog gemaakt moeten worden.

Onze rol: van vergunningentraject tot strategische keuzes

Bij aardwarmteprojecten varieert onze rol van klassiek omgevingsmanagement tot strategisch advies op systeemniveau.

In projecten zoals Geothermie Delft waren de plannen al vergevorderd en lag de focus op vergunningverlening. Onze rol richtte zich daar op het betrekken van de omgeving: studenten van de TU Delft, omwonenden en andere stakeholders in de stad. Het doel was helder: zorgen voor een zorgvuldig proces en voldoende draagvlak om de vergunningenprocedure soepel te laten verlopen.

In andere projecten, zoals in Rotterdam, lag de vraag een niveau hoger. Daar ging het niet alleen om de realisatie van een project, maar om de beleidskeuze zelf: wordt de stad in de toekomst verwarmd met aardwarmte, of met restwarmte uit de industrie? En hoe organiseer je vervolgens de samenwerking met partijen die die warmte produceren, transporteren en leveren?

In dat soort trajecten verschuift de rol van de omgevingsmanager. Van het begeleiden van een project naar het meedenken over de richting van het systeem. We opereren daar op het snijvlak van beleid, markt en omgeving. En combineren omgevingsmanagement met public affairs en strategisch advies.

Wat dit ons leerde

1. Wees eerlijk over de ruimte voor invloed

De vraag waar je een aardwarmteput kunt realiseren lijkt op het eerste gezicht een ruimtelijke keuze. In de praktijk is het een complexe puzzel. De ondergrond moet geschikt zijn, woningen en bedrijven moeten aangesloten kunnen worden en er moet infrastructuur zijn om warmte te transporteren.

Dat betekent dat de ruimte voor keuze vaak beperkt is. In sommige trajecten is ervoor gekozen om brede participatie te organiseren rondom locatiekeuzes, bijvoorbeeld via de gemeenteraad. Dat leidde in de praktijk soms tot een stapeling van wensen en voorwaarden, waardoor projecten uiteindelijk niet meer haalbaar waren.

Voor een omgevingsmanager is dit een belangrijke les: niet alle keuzes lenen zich voor inspraak. Eerlijk zijn over de mate van invloed voorkomt schijnparticipatie en helpt om het gesprek zuiver te houden. Draagvlak ontstaat niet door overal inspraak op te organiseren, maar door duidelijkheid te bieden over waar die ruimte er wél is.

2. Draagvlak vraagt om een lange adem

De ontwikkeling van aardwarmteprojecten kost tijd. Van opsporing en vergunningverlening tot realisatie en aansluiting van woningen: het zijn trajecten van jaren. Tegelijkertijd is de sector zelf continu in beweging, met veranderingen in beleid, eigenaarschap en marktontwikkelingen.

Voor de omgeving kan dat verwarrend zijn. Partijen veranderen, plannen schuiven en tijdslijnen lopen uit. Juist dan is het essentieel dat je als omgevingsmanager consistent en betrouwbaar blijft communiceren. Draagvlak bouw je niet in één moment, maar over een langere periode. En dat vraagt om continuïteit, ook als de context verandert.

3. Maak complexe techniek begrijpelijk

Aardwarmte vraagt om diepgaande technische kennis. Van de eigenschappen van de ondergrond tot mogelijke effecten op bijvoorbeeld drinkwater: als omgevingsmanager moet je begrijpen wat er speelt om risico’s goed te kunnen duiden.

Daar komt bij dat aardwarmte in Nederland onvermijdelijk wordt bekeken door de bril van het Groningse aardbevingsdossier. Hoewel aardwarmte fundamenteel verschilt van gaswinning, is de zorg over mogelijke aardbevingen bij veel bewoners reëel en begrijpelijk. Die zorg kun je niet wegnemen met een simpele uitleg. Die vraagt om transparantie, zorgvuldigheid en inhoudelijke onderbouwing.

De uitdaging is om die complexiteit te vertalen naar een begrijpelijk verhaal. Niet door het te versimpelen, maar door het inzichtelijk te maken. Daarmee vervul je als omgevingsmanager een cruciale rol tussen ingenieurs en de buitenwereld. Je moet beide talen spreken, en juist in die vertaalslag ontstaat begrip en vertrouwen.

Waarom dit ertoe doet

Aardwarmte laat zien hoe complex de energietransitie in de praktijk is. Het gaat niet alleen om techniek, maar om keuzes die raken aan beleid, infrastructuur en hoe mensen leven. Letterlijk tot aan de keukentafel.

Daar zit ook onze rol. Wij kunnen schakelen tussen de systeemwereld en de leefwereld. En bewegen mee met de ontwikkelingen in de markt en in beleid. Daarbij hebben we altijd oog voor de bewoner, en gaan zorgvuldig om met participatie om draagvlak stap voor stap op te bouwen.

Alex Panhuizen is senior omgevingsmanager bij Publyon SOM en is expert in het creëren van politiek-bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak. 

Rosa Boon is medior omgevingsmanager bij Publyon SOM en expert in communicatie en nauw betrokken bij diverse aardwarmteprojecten.

Meer weten? Neem contact op met Alex Panhuizen